Het aptoniem Ouwehand

Wie last heeft van een aptoniem heeft geen nare blaasjes onder de oksels of overmatige haargroei op de onderrug, maar een toepasselijke achternaam, te maken met zijn of haar beroep. Bijvoorbeeld een bakker die Bakker heet, of, iets subtieler, Croissant, Baguette of Sneetje-Wit. 

Van Nederlandse wetenschappers bestaat een hele lijst aptoniemen. Zo is Dr. Roald Spermon aan de Radboud Universiteit zaadbaldeskundige, professor Paul Struik een plantkundige in Wageningen, en prof. Ad Kerkhof een zelfmoordexpert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Met een slok op toont Hero Brinkman zich een held tegen levensgevaarlijke vijanden als barpersoneel en aannemers. Snotneus Sjoerd de Jong (1982) staat ook op de PVV-lijst, en de achternaam van mede-PVV’er Lilian Helder verwijst naar de wellicht krankzinnige, maar in ieder geval duidelijke ideeën van haar partijleider.

Toepasselijke namen, maar geen aptoniemen. Die vind je weinig in de politiek, alsof mensen die Draaier, Spinner of Van der Naaij heten door natuurlijke selectie automatisch geen kans maken op een politieke functie.

Uiteraard zijn er uitzonderingen, zoals Irona Groeneveld, voorzitter van de Statenfractie voor GroenLinks in Friesland. Henk Kamp stuurde soldaten naar Kamp Holland, en Hanja Maij-Weggen bouwde ooit een mooie carpoolstrook bij knooppunt Muiderberg. In de huidige Tweede Kamer zit een prachtig aptoniem: Esther Ouwehand. Ze komt gegarandeerd niet terug na de verkiezingen. Als ik Marianne Thieme was, zou ik iemand met zo’n naam ook van mijn lijst wippen. Bij Esther zijn ondertussen uiteraard de haringen zuur.

Share this