|
Jacques
Monasch speelt graag voor Judas. Zijn artikel in de Volkskrant,
daags na de verkiezingen in mei, was eigenlijk al genoeg
bewijs voor die stelling. Als je zelf eindverantwoordelijk
bent voor een campagne, dan kun je niet acuut na de grote
nederlaag beweren dat het niet jouw schuld was dat de campagne
mislukt is. Maar dat deed Monasch wel.
In de ÎKaasstolp aan diggelenâ, het PvdA-rapport over de
verloren campagne, wordt gehakt gemaakt van Monasch. ãHet
campagneteam werd geteisterd door interne spanningen en
conflictenä, aldus het rapport, en de ãcampagne-organisatie
functioneerde slechtä. De verkiezingsposter was zo lelijk
dat het wel ãeen provocatie tegen de publieke opinie leek
te zijnä.
Monasch zelf voert verzachtende omstandigheden aan. Maar
het maakt niks uit dat Melkert heeft zitten blunderen in
het grote lijstsukkelaarsdebat na de gemeenteraadsverkiezingen.
Het doet er niet toe dat Wim Kok nors en bokkig zijn zin
heeft zitten doordrijven. En dat het allemaal zijn strategie
niet was. Dat interesseert ons nada, nakkes, nop.
Als je campagneleider bent en je bent het twee maanden
voor de verkiezingen niet met de te volgen strategie eens,
dan heb je keus uit twee opties: je stapt op onder het maken
van veel en luid tumult (hopend dat je zo de campagne redt)
of je houdt je mond dicht (in de media) en zit de rit uit.
Eerst de campagne afmaken en als die - zoals je als campagneleider
altijd al geweten hebt eenmaal mislukt is, eens fijn
je eigen stoepje schoonvegen, is geen, HERHAAL GEEN, optie.
Einde column zou u denken.
Mooi niet! Want Monasch gaat gewoon door! Hij hanteert
de bezem namelijk ook in zijn nieuwe boek De strijd
om de macht. Het toeval wil dat de campagne voor de
volgende verkiezingen net begonnen zijn. Toeval? Of opzet?
De vraag is: is Jacques slim, dom, boos, naïef, sluw
of rancuneus bezig? Druk met een Schone Bezems-campagne?
Die inhoudt dat hij als ex-campagneleider gaat zitten zwartepieten
richting Melkert en Kok? Zo wordt het voor de campagneleider
van Bos immers makkelijker om Wouter als een frisse wind
af te schilderen.
Welke optie het ook is, het blijft judassen. Stel dat Monasch
domweg nú zijn boek uit wil brengen, omdat hij gewoon
zijn boek uit wil brengen, dan loopt hij de kans onbedoeld
de huidige campagne de goot in te vegen. Doet hij het expres,
dan worden Kok en Melkert afgeschrobd om één-twee
zeteltjes meer te halen.
Hoe het ook zit, mijnheer Monasch, geloof ons nou, al heeft
u honderd keer gelijk en we willen best geloven dat u dat
heeft, het is misschien Jacques om (ter leringh ende vermaeck)
na afloop de vuile was buiten te hangen, maar chique is
het niet.
|