[STEMHOK] IN FEITEN BETER [WEETJE]

[home]
[agenda]
[cartoons]
[columns]
[mediameter]
[pimsalabim]
[ramsj]
[quiz]
[standpunten]
[weetje]
[woordenboek]

Nieuwsbrief
Mijn e-mail is:
ik geef me op
ik geef het op


[archief 2002]
[colofon]
[mail]
[reacties]


De premierkwestie

Door Jim van Dorp
Woensdag 15januari 2003

De premiervraag speelt op. Nu de PvdA van Bos in sommige peilingen het CDA van Balkenende voorbijstreeft, wordt er druk gespeculeerd over wie de premierkandidaat van de PvdA zou kunnen zijn. Dat is op zijn minst een beetje voorbarig want peilingen zijn maar peilingen, niet waar?

Bovendien bewijst de geschiedenis dat de PvdA niet noodzakelijkerwijze mee gaat regeren als zij de grootste mocht worden, laat staan dat zij dan automatisch de premier zal leveren.

De grootste, maar toch niet regeren
Na 1945 is het drie keer voorgekomen dat de PvdA de grootste partij was, maar toch niet meeregeerde omdat de christen-democraten (het CDA, respectievelijk haar voorgangers KVP, ARP en CHU) liever met de VVD in zee gingen. De eerste keer was in 1971: de PvdA haalde toen 39 zetels tegen 35 voor de KVP. Volgens de confessionelen stond het programma van de PvdA echter vol 'irreële ideeën' en ze weigerden dan ook zelfs maar te onderhandelen met de sociaal-democraten.

In 1977 had de PvdA 53 zetels, terwijl het CDA niet verder was gekomen dan 49. Maandenlang werd er stevig onderhandeld tussen PvdA en CDA, totdat CDA leider Van Agt het toch maar op een akkoordje besloot te gooien met Wiegel van de VVD. In 1982 tenslotte bleef de PvdA het CDA voor met 47 tegen 45 zetels, maar ook toen kozen de christen-democraten onomwonden voor de VVD.

Niet de grootste, maar toch de premier
Dat de grootste regeringspartij per definitie de premier levert is een fabeltje. In 1948 werd Willem Drees minister-president, hoewel zijn PvdA met 27 zetels achterbleef bij de 32 van coalitiepartner KVP (de Tweede Kamer telde toen overigens nog 100 zetels). Pas velen jaren later werd bekend dat KVP leider Romme het niet had aangedurfd om minister-president te worden omdat hij geen woord Engels sprak, iets wat hij als een grote handicap beschouwde in het tijdperk van de NAVO en de Marshall-hulp.

Jelle Zijlstra gaf als premier leiding aan een overgangskabinetje van KVP en ARP nadat het kabinet Cals (KVP,PvdA,ARP) in 1966 was gevallen tijdens de nacht van Schmelzer. Zijlstra was echter geen lid van de 50 zetels sterke KVP, maar van de veel kleinere ARP, die met slechts 13 zetels in de Tweede Kamer was vertegenwoordigd. In 1971 werd Zijlstra's partijgenoot Biesheuvel premier van een vijf partijen-kabinet (KVP,VVD,ARP,CHU en DS70). Dit terwijl de ARP met 13 zetels achterbleef bij coalitiepartners KVP (35) en VVD (16).

 

Stem dommer - stem hok!
Welke politicus is het deze week helemaal?
...of juist niet! En waarom?
Zijn er nog leuke verkiezingsposters dit jaar?
Wie heeft er dit keer weer lopen kukelen?
Bekijk [STEMHOK]'s coalitiemeter
Het nieuws ligt op straat
ARCHIEF

[kieslijst 1]
[premierkwestie]
[afsplitsen]
[winnaars & niet]
[gekke partijen]
[d66]
[partijimplosies]
[slogans 2]
[slogans 1]
[ontbinding]

[pam]

[t©deBoon]