|
Na
de moord op Pim Fortuyn en de daaropvolgende implosie van
de LPF is Nederland heel wat partijen rijker geworden. Van
Winny de Jongs Conservatieven.nl tot aan de Lijst Ratelband,
links en rechts schoten allerlei partijtjes uit de grond
die allemaal pretendeerden de enige erfgenaam van de Grote
Blanke Leider te zijn.
Afsplitsen lijkt deze dagen erg in te zijn (de LPF was
zelf natuurlijk ook al een afsplitsing van Leefbaar Nederland).
Toch is afsplitsen niet iets nieuws. In de loop der jaren
zijn er heel wat spelbrekers geweest die uit onvrede met
een bestaande partij een nieuwe hebben opgericht.
DS70
Wellicht de bekendste afsplitsing is DS70. Deze partij werd
in 1970 opgericht door een aantal PvdA'ers die zich niet
meer konden vinden in de hun ogen veel te linkse moederpartij.
Onder leiding van Willem Drees jr. haalde de partij in 1971
in één klap acht zetels en mocht daarna zelfs
mee gaan regeren in het kabinet Biesheuvel. Dit kabinet
viel al na een jaar en daarna ging het snel bergafwaarts
met DS70; in 1983 werd de partij alweer opgeheven.
RPF
Toen KVP, ARP en CHU aan het einde van de jaren zeventig
op het punt stonden om definitief te fuseren tot het nieuwe
CDA, verlieten enkele rechtzinnige protestanten het schip.
Omdat zij vreesden dat de protestants-christelijke opvattingen
niet goed tot hun recht zouden komen in de nieuwe volkspartij,
richtten zij de RPF op. Vanaf 1981 tot aan de fusie met
het GPV in 2002 was de RPF met een paar zeteltjes in de
Tweede Kamer vertegenwoordigd.
EVP
Een paar jaar na de uittreding van de rechtzinnige protestanten
voelde ook een aantal links georiënteerde sociaal-christelijke
protestanten zich niet meer thuis in het CDA, in 1981 richten
zij de Evangelische Progressieve Partij op, die al snel
werd omgedoopt in de Evangelische Volkspartij (EVP). In
1982 wist de EVP met de hakken over de sloot een zeteltje
te bemachtigen in de Kamer, welke zij echter in 1986 alweer
prijs moest geven. Een paar jaar later zouden de restanten
van de EVP opgaan in GroenLinks.
SGP/GPV/enz. enz.
De partij die de meeste afsplitsingen heeft voortgebracht,
is de oude Anti-Revolutionaire Partij, ofwel ARP. In 1908
scheidden de hervormden zich af van de overwegend gereformeerde
ARP, waarmee de CHU werd geboren. In 1918 richtten een aantal
rechtse ARP'ers de SGP op, uit onvrede met het feit dat
de ARP instemde met het vrouwenkiesrecht.
Na een scheuring in de gereformeerde kerk in 1948 volgde
een nieuwe aderlating wat resulteerde in het GPV, een partij
die van 1963 tot 2002 telkens met één of twee
zetels in de Kamer was vertegenwoordigd. Eind jaren zestig
tenslotte richtten een aantal leden van de linkervleugel
van de ARP de Politieke Partij Radikalen (PPR) op. De PPR
mocht in het kabinet Den Uyl met zeven zetels zijdelings
meeregeren. Daarna kelderde de aanhang van de Radikalen
en in 1990 ging zij op in GroenLinks.
|